2018 Film Top 25

1 januari 2019. We made it through the wilderness, somehow we made it throuhough. Op naar een lichtzinnig jaar. Dit jaar.

Afgelopen dagen was ik bezig aan een persoonlijke film top 10 van 2018 en opeens werd het groter dan mezelf. Zou het symbolisch zijn voor een jaar waarin me van alles opviel?

Goed, ik maakte dus een top 25.

Om het toch een beetje overzichtelijk te houden (vooral voor mezelf) doe ik er negen op een gedeelde 17e plek. Here goes. In willekeurige volgorde dus, want gedeelde plek: Der Hauptmann, The Shape of Water, Hostiles, The Rider, Zama, The Florida Project, The Guilty, Leave No Trace, Gabriel e a Montanha en lijkt me leuk als double bill: The Ballad of Buster Scruggs en Marlina the Murderer.


En dan nu, de titels waar ik wat uitgebreider bij stilsta… Ik wou trouwens dat ik een lijn kon ontdekken in m’n lievelingen, maar ik zie het niet. Laat vooral weten als jij wel.

16. Love, Simon

Een film die even genoemd moet worden, dus dan maar op deze symbolische plek. Eerlijk gezegd had ik nummer 16 qua smaak nog eerder aan een andere film gegeven (als ik zeg welke is het einde zoek in m’n top zoveel), maar Love, Simon is voor de gay community, en vooruit voor de hele wereld, van cruciaal belang. Waarom vertel ik je hier.


15. Garden of Life

Deze Nederlandse documentaire is nauwelijks gezien, en dat is zonde. Marco Niemeijer filmde Leo, zijn aan Alzheimer lijdende schoonvader die zijn dagen met name slijt in de achtertuin en het tuinhuisje. Bomen snoeiend, bladeren aanvegend, hardop overdenkend en strak voor zich uitkijkend.

Toegegeven, er was ook iets dat me stoorde: de voice-over van Niemeijer zelf die ik af en toe wou schieten, maar ik wou het maar al te graag vergeven. Door de charmante onbeholpenheid die ik er ook in hoorde en waar ik een sukkel voor ben. Zo’n persoonlijk onderwerp op film vangen mag ook best spannend zijn en moet je dan in je dictie afstand nemen terwijl wat je vertelt heel nabij ligt? Vragen, vragen…

Voor mij was Garden of Life in ieder geval een typisch voorbeeld van kleinschaligheid dat weet door te schieten naar iets universeels. De wereld gevangen in een tuin en een tuin gevangen in de wereld. Net zo tragisch als troostend.

14. BlacKkKlansman

Spike Lee’s paard van Troje. Zijn aanklacht is vermomd als een vaardig gemaakte misdaadkomedie over een heikel onderwerp als rassenhaat. Pas in de laatste minuten laat hij expliciet zien dat zijn in de jaren zeventig gesitueerde film misschien wel historisch lijkt, maar dat er ondertussen een zeker iemand is die zijn land regeert en die de Ku Klux Klan niet afschrijft. Of niet durft af te schrijven, niet wil afschrijven. Wie zal het zeggen…

Dat maken van een politiek pamflet dat verraderlijk makkelijk wegkijkt, maakt Spike Lee dit jaar m’n nummertje 14.

13. First Reformed

Van sommige films snap je niet waarom distributeurs te weinig lef hebben ze uit te brengen. Is geen markt erin zien de enige leidraad? Valt er nog iets te zeggen voor visie mensen!

Gelukkig voor een handjevol titels is er een extra kans via Eye’s programma Previously Unreleased dat precies doet wat de titel van dit programma zegt. In Nederland niet geziene films alsnog een podium bieden door het op groot scherm te tonen. First Reformed was misschien wel de film die me dit jaar het meest verwarde.

2018 was ook het jaar waarin ik Paul Schrader ontdekte als regisseur. Ik wist wel dat ‘ie ook regisseerde, maar voor mij bleef hij die man die Taxi Driver had geschreven. Nadat ik op Mubi z’n regiedebuut Blue Collar (1978) zag, volgde pakweg een maand later deze. En ik ben nu al benieuwd wat ik allemaal nog in te halen heb.

12. A Quiet Place

In een jaar waarin ik meer horrorfilms zag dan gemiddeld, sprong deze er voor mij uit. Net zoals het gevaar niet tonen een horrorfilm vaak veel spannender maakt (en het gevaar wel tonen er een onderuit kan halen), bouwt deze film spanning op in wat je niet hoort. En in wat je juist wel hoort, maar niet zou moeten horen... De nadruk ligt hier namelijk op ‘maak geen geluid (want anders gaan eraan, komen ze ons halen)’. Dat de film vervolgens niet instort als het gevaar toch nog in beeld komt, bewijst nog maar eens hoe goed A Quiet Place is.

11. Roma

Alfanso Cuarón’s Roma is net zo episch als intiem. Aan alles voel je de groots opgezetheid: de cameravoering, de art-direction, de erin verwerkte gebeurtenissen uit de Mexicaanse geschiedenis. Wat betreft dat laatste, dat voelde ik zelf als iets te veel. Ik begon me af te vragen of Cuarón niet te veel verbintenis voelde bij zijn onderwerp (de nanny uit zijn jeugd) om de werkelijkheid geweld aan te doen. Bij de zoveelste grote gebeurtenis was het alsof hij van plan was álles hierin te verweven. Maar! Tegelijkertijd drukte dat met mijn neus op mijn eigen scepsis: was ik er zonder context ingestapt en had ik niet geweten dat dit autobiografisch was, dan vond ik het waarschijnlijk weer van lef getuigen dat Cuarón alles durft te behandelen.

Dat dus. Los daarvan spreekt het lef er sowieso al uit. Want welke (inmiddels) grote Hollywoodregisseur durft nog een ‘kleine’ - oke iets groter dan kleine - persoonlijke film te maken die hij zelf regisseerde, schreef, filmde, monteerde, produceerde? En dat allemaal van een kaliber waarbij hij zich kan meten met de beste in elk afzonderlijk vakgebied.

10. The Kindergarten Teacher

Anna is beautiful,
Beautiful enough for me.
The sun hits her yellow house,
It’s almost like a sign from God.

Deze vier regels vormen een gemijmerd gedicht van de vijfjarige Jimmy in The Kindergarten Teacher. En dat is al een van de sterke punten van deze film: het creëren van geloofwaardige gedichten die van een vijfjarige kunnen komen. Maar er is meer goed aan deze remake die totaal niet voelt als een remake (en ja dit is een sneer naar de meeste remakes). Zo is er ook de enorme subtiliteit van deze film over projectie, want waar klamp je je aan vast als je leven net wat anders loopt dan bedoeld, en hoe opzichtig is dat, ook voor jezelf? En daarnaast in het rijtje wat is er goed aan: Maggie Gyllenhaal, Maggie Gyllenhaal, Maggie Gyllenhaal.



9. Tangerine

Een film die ik al in 2015 zag, bereikte pas in 2018 het Nederlandse scherm. Welgeteld 1 scherm, ook al als onderdeel van Eye’s Previously Unreleased (zie ook m’n nummertje 13). Eindelijk dus kans om ‘m kwijt te kunnen in een lijstje. Hop, op nummer 9.

Bij Tangerine stapte ik destijds de zaal in met het idee naar een gimmick te gaan kijken: die film die gedraaid is op een iPhone. Met z’n schopperige muziek, felle kleurtjes en vrolijk prostituerende travestieten en transgenders (niet als probleem van de marge, maar feest van de marge) bracht het genoeg Almodóvars flashbacks. Wat mij betreft de ongepolijste meerdere van regisseur Sean Parker’s ook dit jaar uitgebrachte opvolger The Florida Project. Maar kijk ze toch vooral allebei.

8. Nico, 1988

Het mocht ook weleens een keer, een biografie die niet romantiseert. Én een biografie die terecht leunt op voorkennis (want waarom zou je iemands biografie kijken als je niet al geïnteresseerd bent?) en daarom bijna alles schrapt dat je al wist over wijlen het Duitse model, muzikante, actrice.

Hoogtijdagen met the Velvet Underground? Schrap. Flashbacks naar haar reis naar Amerika en haar modellenwerk? Niet nodig. Wat overblijft is de laatste tragische tijd van iemand die tijdens haar laatste tour alleen nog even op het podium vlamt en daarna uitdooft.

7. Lean On Pete

Een variatie op Godard’s ‘alles dat je nodig hebt voor een film is een meisje en een pistool’. In dit geval, alles dat je nodig hebt is een jongen en een paard. Ik moet daarbij wel eerlijk zijn want Lean On Pete had me niet over de gehele linie - na de helft tot tegen het weer prachtige einde verzandde het in white trash clichés - maar waar ‘ie me had was ik volledig in trance. Daarmee is het voor mij deze plek al waard. Amen.

6. Burning

Ooit raakte ik verliefd op Secret Sunshine. In 2018, ruim tien jaar later, had Chang-dong Lee me weer beet. Het mooiste van deze film is dat je niet precies weet waarom je zo geboeid blijft kijken. Een meisje dat pantomimet dat ze een sinaasappel eet, een jongen die op haar kat past die hij nooit ziet, de jonge rijke zakenman die zij aan de haak slaat en zijn biecht dat hij graag kassen in de fik steekt… Zo op papier klinkt het als een rariteitenkabinet maar in het Burning-universum krijgt het allemaal steeds meer noodzaak. Tweeëneenhalf uur intrige.

Let ook op de prachtige zonsondergangscène met jazz soundtrack.

5. God’s Own Country


Zo mooi, zo lief en zo veel meer dan een Engelse Brokeback Mountain. Ver van de stad, waar hij anoniem experimenteert met z’n geaardheid, leeft en werkt de Engelse Josh op de boerderij van zijn ouders. En wat gebeurt er dan als er net een hunky Roemeense seizoensarbeider op zijn ouders’ hulpvraag afkomt. Passie, mist en - zie ook andere nummers in m’n top 25 - één van de films in de fijne ontwikkeling dat homoseksualiteit niet alleen als probleem op het grote scherm voorbij hoeft te komen. En! Het valt me nu pas op, één van de drie debuutfilms in mijn top 5!

4. At Midnight Plays a Dance-Tune

De enige film in deze top 16 die korter is dan 60 minuten. Daarbij moet wel gezegd worden dat deze afstudeerfilm van de Nederlandse Film en Televisie Academie voor de makers niet ondergedaan moet hebben voor de lange producties in deze top 25-lijst. De eerste echte grote schreden in de wereld, hoe zet je die? Roy Seerden doet dat in dit verwerkingsdocument waarin hij verwerkt en niet verwerkt tegelijk, observeert en zelf deelneemt. Een film over de periode na het overlijden van zijn moeder, maar ook over de jeugdheld uit zijn straat die vroeger herhaaldelijk en heel hard een naargeestig liedje draaide dat door de buurt schalde.

Een heen en weer springende documentaire die het in limbo zijn vangt door rusteloos te durven zijn en dat tot onderwerp verheft. Over hoe de tijd vergaat en is het al zo laat?

Lees hier mijn openhartige interview met Roy Seerden.

En hier kan je de film in zijn geheel zien. Beschikbaar op de NPO site t/m 30 augustus 2033…

At-midnight.jpg

3. Grace Jones: Bloodlight & Bami

Ik was nooit een Grace Jones fan, en ik ga niet beweren dat ik dat nu opeens ben. Al kon ik door deze docu die vrouw die ik vroeger zo eng vond wel beter plaatsen, en zelfs bewonderen, net zoals ik documentairemaker Sophie Fiennes ging bewonderen voor haar portret van Jones.

Een goed portret hoeft niet goed uitgelicht te zijn om visie te tonen. Sterker nog, soms staat een te goede ‘belichting’ in de weg om iemand echt te kunnen zien. M’n volledige lofzang kan je hier lezen.

2. Touch Me Not

Ik was op het superfijne New Horizon’s Filmfestival in Wrocław, Polen. Er draaide van alles uit de officiële competitie van Cannes, films waar ik al tijden (lees: twee maanden) naar uitkeek. Maar wat me pas echt overrompelde was deze onverwachte Gouden Beer winnaar. Een film die niet voelde als een film, die ook niet voelde als een documentaire. Die confronteert met de drang in hokjes te willen duwen. Intieme bevindingen vanuit witte, laboratoriumachtige ruimten.

Lees hier mijn interview met Touch Me Not regisseur Andina Pintilie.

1. Call Me By Your Name

Ik wist het al, ik zei het al. 1 januari vorig jaar sloot ik m’n top 10 2017 af met een voorspelling voor 2018. Een kleine tien dagen ervoor had ik in een voorpremière namelijk Call Me By Your Name gezien. Grote kans dat dat mijn nummer 1 voor 2018 zou worden. En dat bleef ‘ie inderdaad.

Voor het eerst in tijden dat ik weer een bakvisje werd. Me aanmeldde voor de Facebook fanpagina van een film. Wegzwijmelde bij de koning aller twinks Timothée Chalamet (damn you Lily-Rose Depp!). Vaderlijk trots keek ik toe hoe de 89-jarige James Ivory in Chalamet-overhemd een Oscar in ontvangst nam voor zijn script.

Ik weet niet of iedereen die zich liet overrompelen door deze film zulke verschijnselen had, maar een jaar nadat ik ‘m zag in Cinecenter Amsterdam draaide hij daar nog steeds <3.

Met lichte paniek én ongeduld wacht ik nu al op deel 2. En als ze er al makend achterkomen dat het een schaduw werpt op deze film, laten ze ‘m dan alsjeblieft niet uitbrengen.

Omdat ik afgelopen jaar de trailer al deelde, bij dezen een lofzang op regisseur Luca Guadagnino die respectvol teruggreep op het oeuvre van scenarioschrijver James Ivory. En het wat mij betreft zelfs wist te perfectioneren. Kijk en bewonder:

 

En in het nieuwe jaar

Tijd voor wat Greek pride. Even een kleine blik vooruit, hooguit een paar dagen, want op 3 januari van dit nieuwe jaar komt The Favourite uit, een film van Yorgos Lanthimos van Dogtooth, The Lobster, Killing of a Sacred Deer etc. faam.

Ten tijde van The Lobster las ik al dat Lanthimos een kostuumdrama zou maken. Ik hield m’n hart vast. Was ‘ie gezwicht voor Hollywood? Werd dit het einde van z’n absurdisme en zou een braaf studio-bestaan volgen? Toen ik The Favourite zag werd niet alleen al mijn angst weggenomen, maar wees Lanthimos me ook op iets anders: welk decor past beter bij zijn stijl dan een paleis in de achttiende eeuw, ver van de werkelijkheid, waar excessen aan de orde van de dag zijn. Één groot schouwspel. Zet een pruik op en je bent al half way.

Ster van dit staaltje royalty theater is Olivia Colman als een geschifte maar ook gevoelige en kwetsbare Queen Anne. Ze zet alle kanten van zo’n complex persoon volkomen geloofwaardig neer, zonder dat de ene kant vloekt met de andere. Vorig jaar niet die gewenste Oscar voor Chalamet, maak het dan maar goed met één voor Colman <3.

2017 Film Top 10

 

Top 10 tijd. En ik smokkel gewoon opnieuw. Een top 12, of eigenlijk zelfs 13. Wel zo toepasselijk voor 2017 waarin alles nog met vallen en opstaan ging. En daarnaast kom ik hier niet mee aan het einde van het jaar, maar aan het begin van het nieuwe jaar. Dat is met extra afstand terugblikken. Als je ergens midden inzit blijft dat altijd lastig. 

Allereerst de films die het niet werden, maar die wel genoemd moeten worden. In willekeurige volgorde: Summer 1993, Good Time, The Beguiled, Loveless, A Gentle Creature, Una Mujer Fantástica, The Other Side of Hope en twee documentaires: The Work (hier niet uitgekomen, maar wie weet binnenkort ergens op een streaming service) en Piet is Weg die ter compensatie al gewoon online is te zien.

 

En dan nu de films waar het echt omging:

 

12. Paterson

 

Een film die haaks staat op epische en grootse gebeurtenissen. Het tegenovergestelde van Avengers en Star Wars, maar wel met een hoofdrol voor Kylo Ren (Adam Driver). 

Paterson staat iedere dag om ongeveer dezelfde tijd op, gaat naar zijn werk als buschauffeur, zijn vriendin decoreert het huis op eigen wijze, ‘s avonds laat hij de hond uit en gaat hij langs bij een nabijgelegen café. Dat is het wel zo’n beetje.

In een aangenaam ritme van weten wat er te wachten staat, is dit Jim Jarmusch' lofzang op de dagelijkse sleur. Waarin Patersons gedichten extra lading krijgen en de diepte (of ondiepte) blootlegt in simpele woorden. En het voordeel van die verstilling is dat het duidelijk maakt dat zelfs de kleinste verandering betekenis heeft. Een ontmoeting op een parkbankje wordt opeens weer speciaal.

 

 

 

11. Wonder Wheel

 

Woody Allen in deze #metoo-tijd, dat ligt nogal lastig. Helemaal als ‘ie nu met een komedie was gekomen. In meerdere opzichten deed ‘ie dat Goddank niet. Want hoewel z’n komedies steeds meer aan scherpte missen, zijn het juist serieuze uitstapjes als Match Point en Blue Jasmine die naar meer smaken. Bij een vroege persvoorstelling waarbij Wonder Wheel nog geen enkele Amerikaanse vertoning had gehad, had ik dus geen idee welke Allen (serieus of quasi grappig) ik voorgeschoteld zou krijgen. Aangename verrassing dus toen het een Allen met diepte bleek, waarin hij zich ontpopt tot toneelschrijver die nog eens (na Husbands and Wives) door Toneelgroep Amsterdam onder de loep genomen kan worden, in een Edward-Hopper-achtig decor.

Lees hier mijn recensie en als je nog meer wilt lezen over de moeilijke scheiding tussen werk en maker in #metoo-tijden dan is dit een goede, en ook nog eens toegespitst op Allen (met dank aan Sacha G. voor me er op wijzen).

 

 

 

10. Visages Villages

 

Een documentaire over de vanzelfsprekendheid van kunst, net zo nuchter als ontroerend vastgelegd waardoor het zijn boodschap onderstreept. Voor beide regisseurs van deze film, grande dame Agnes Varda en visueel kunstenaar JR, is kunst geen miraculeuze bevlieging, niet iets hoogdravends, maar de dagelijkse gang van zaken. In Visages Villages brengen ze samen kunst naar de straat en wordt de straat met zijn inwoners en hun meningen over het werk vervolgens vastgelegd. Dat levert niet alleen een verhandeling op meta-niveau op zonder een verhandeling op meta-niveau te voelen, het roept ook een jammerlijke vraag op: “waarom zijn de meeste Nederlanders niet zo cultureel onderlegd als de meeste Fransozen.”

 

 

 

9. Heartstone

 

Een IJslands landschap met twee vriendjes en afentoe twee passerende meisjes. Eigenlijk is Heartstone niet veel meer dan dat. Maar waar kan je in zo’n mini gemeenschap met je seksualiteit heen als je denkt homoseksueel te zijn? De kracht van deze jeugdfilm die veel verder reikt dan een jeugdig publiek, zit in het contrast tussen alle velden en vrijheid van de wereld om in te rennen en de benauwdheid die dat toch nog met zich mee kan brengen.

 

 

 

8. Kedi

 

Kedi was dit jaar mijn CineMeow comeback film, en wat voor een. Meer katten kan je je binnen 79 minuten niet wensen. Met zijn zeven hoofdrolspelers onderstreept deze docu de verschillende karakters terwijl het meteen een staalkaart van fotogeniek Istanbul geeft. Een film die overloopt van de liefde en iedereen die voor de camera komt aan het praten krijgt door die (katten)liefde. 

 

 

 

7. Little Men

 

Ongemerkt begin ik fan te worden van Ira Sachs. Van ooit op Netflix een gokje wagen en Keep the Lights On kijken tot Love is Strange (twee jaar terug op 10 in mijn top 10) en dan nu Little Men. Wellicht is het ongemerkte ook niet voor niets. Het zegt veel over het werk van Sachs waarin kleine gebeurtenis eigenlijk heel groot zijn maar juist dichtbij komen door het gebrek aan uitroeptekens. Zo vanzelfsprekend dat je bijna vergeet hoe bijzonder het is. Die bescheidenheid zit zelfs in de titel, Little Men.

Ik zag deze film begin 2016 voor het eerst op de Biënnale. Maar ondanks die bijna twee jaar die verstreken zijn blijven de twee vriendjes uit deze film in m’n hoofd.

In plaats van een trailer, hierbij de clip waarbij de jonge Michael Barbieri nog meer in m’n hartje kwam. Inmiddels speelt ‘ie in Spider-Man en is die glorieuze toekomst vast verzekerd.

 

 

 

6. The Square

 

The Square is dan niet Ruben Östlunds meesterwerk (dat was zijn voorlaatste Force Majeur, mijn nummer 1 over 2015), het is wel zijn grote doorbraak en zijn eerste Gouden Palm winnaar van hopelijk meer to follow. Maar zelfs in zijn niet meest meesterlijke film is Östlund onnavolgbaar scherp en een meester in pijnlijk komische scènes. Een film die het maar al te serieus nemen van moderne beeldende kunst en de institutionalisering ervan precies zo toont dat er humor in te zien is. Maar ook een film waarin en passant marketing jongetjes die hun ideeën doordrukken ook een veeg uit de pan krijgen. Zoals Cannes voorzitter van dit jaar Pedro Almodóvar het zo goed verwoordde: “Een film over de dictatuur van de politieke correctheid.”

 

 

 

5. 20th Century Women

 

Na Beginners, een op de late coming out van zijn vader geïnspireerde film, kwam Mike Mills met 20th Century Women, geïnspireerd op de opvoeding door zijn moeder en twee vrouwen die ze gevraagd heeft haar daarbij te helpen. Was Beginners al een stap in de juiste richting, deze als spiegel dienende deel 2 - die als vervolg, terugblik en helemaal los te zien is - is nagenoeg perfect. Een in liefde badend jaren zeventig portret met een hoofdrol voor de eigenzinnige kijk van drie vrouwen, gespeeld door Elle Fanning, Greta Gerwig en bovenal Annette Bening, die ieder jaar een geweldige rol verdient. Hopelijk volgen er nog veel biografische Mike Mills films.

 

 

 

4. Manifesto (installatie)

 

Beeldend kunstenaar Julian Rosefeldt’s Manifesto zou net zo goed 13x Cate Blanchett kunnen heten. In 13 totaal verschillende settings (van Britse punkster tot basisschool lerares, Russische choreografe tot televisie journaliste) declameert/acteert ze de teksten van kunstenaarsmanifesten. Het Dogma ‘95 manifest, Tristan Tzara’s visie op Dada etc. etc.
Van dit project is zowel een installatie als een film gemaakt, en zonder de film te hebben gezien kan ik me voorstellen dat de installatiebezoekers zoals ik zich een filmversie slecht kunnen inbeelden en omgekeerd.

Manifesto is tegelijkertijd ophemeling en demasqué van kunstenaarsjargon dat net zoveel holle frases als waarheden bevat. Manifesto’s zijn over het algemeen handleidingen en onderbouwingen voor goed werk, maar zijn zeker geen literatuur. Sterker nog, ze lezen vaak als ongecensureerd lange versies van een weekhoroscoop. Om daar een actrice van het kaliber Blanchett op los te laten is simpelweg een feestje om doorheen te lopen. Tegelijkertijd een wandeling door de kunstgeschiedenis en het prestige equivalent van "geef die vrouw een telefoonboek als script en ze maakt er nog iets van".

Hoewel ik zoals gezegd zelf niet de filmversie maar de installatie heb gezien/meegemaakt zou de filmversie hiervan (kunst over kunst) een mooi drieluik vormen met Visages Villages (kunst in wording) en The Square (satire over kunst). Waar ligt de scheidslijn tussen onzin en profetie, en in hoeverre maakt het uit of iets onbedoeld toch nog goed is?

 

 

 

3. American Honey

 

Richting de 60 zijn en nog volop de taal van een nieuwe generatie spreken. Misschien is het geheim dat er niks verandert of dat alleen de 56-jarige Andrea Arnold (zoals ook in haar prachtige Fish Tank) weet hoe jeugd te vangen. Van half vergane nagellak, zitten bij een kampvuur, tegelijkertijd op- en neerkijken op grootse paleisjes in suburbia en het slijten van tijdschriftpakketten. 

Wat op papier als een rommeltje klinkt wordt bij haar poëzie van vergane dagen. Wat is het mooi zwelgen aan de rand van de beschaving.

 

 

 

1. Manchester by the Sea

 

Van 3 naar 1. Na lang twijfelen met Manchester by the Sea op 2, kwam ik er uiteindelijk achter dat deze me net zo veel waard is als mijn lang geplande nummer 1. Daarbij, deels om dezelfde reden. Dat maakt een gedeelde nummer 1 ook makkelijker. In beide films voelde ik me letterlijk thuis. Hier in de straten van het pittoreske Manchester, een dorpsgemeenschap aan het water. Een plek waar hoofdpersoon Lee (een mooi ingetogen Casey Affleck) juist van is vertrokken en tegen zijn zin in naar terug moet. Dan moet er wel iets aan de hand zijn. 

Het prachtige script en de rustige regie van Kenneth Lonergan die met Manchester by the Sea in 16 jaar nog maar zijn derde film aflevert, doet hopen op voortaan minder studio gedoe op het pad van een van de meest interessante auteurs van de Amerikaanse cinema. Meer carte blanche voor deze man. Daar zouden we zelf ook veel baat bij hebben.

Ook hier plaats ik - net als bij Little Men - niet de trailer maar een losse scène, een van de sleutelscènes. Dat is vast moeilijk want zomaar iets out of context plaatsen is niet echt done, maar zoals mijn leraar Nederlands al ooit over boeken zei, een mooi boek kan je niet teniet doen door het slot te verraden. Laat staan iets anders, voeg ik daar zelf dan maar aan toe. Wellicht discutabel maar ik verschuil me nu gewoon en ik weet het.
In deze prachtscène zien we een toevallige ontmoeting van Lee en ex-geliefde Randi en het onvermogen van Affleck’s geïmplodeerde personage om met de situatie om te gaan. Niet in de minste plaats ook deze scène om Michelle Williams. Tijdens de aftiteling boog mijn moeder zich naar me toe om te zeggen dat ze vanaf nu al haar films wil zien.

 

 

 

1. Aquarius

 

Nog meer dan Manchester by the Sea draait Aquarius om locatie. In een pakhuis-achtig blauw gebouw woont de vrijgevochten, gepensioneerde Clara. Kleine adder onder het gras, ze is de enige die er nog woont. Voor de nieuwe eigenaren van het pand is dat nogal een struikelblok. Of ze als bewoner nou rechten heeft of niet, die vrouw moet eruit.

Aquarius is geen perfecte film, maar met zijn tweeëneenhalf uur durende speelfilmlengte slokt het je op. Zo ben ik er zelf nog niet over uit of ik het Erin Brokovich-achtige einde wel of niet gepast vind. Net als de scènes met bezoekjes van de makelaars die haar het huis uit willen hebben. En toch vind ik dat niet bezwaarlijk, ook al keek ik daarmee misschien minder naar de film zoals ‘ie bedoeld was: over het alles opslokkende kapitalisme waar niet aan te ontkomen is.

 Voor mij is dit een film over nostalgie én over hoofdrolspeelster Sonia Braga, die ik nooit eerder zag maar van wie ik meteen geloof dat ze een sterrenstatus heeft in eigen land. En over haar personage’s droomhuis met hangmat, pal aan het strand gelegen, dat niet verloren mag gaan. Dat huis is het soort schat dat je als regisseur normaal niet in beeld brengt omdat het alleen maar kan tegenvallen en je de illusie in stand wilt houden (net als dat het monster niet tonen vaak veel enger is). Maar regisseur Kleber Mendonça Filho toont het juist in al zijn glorie. Daar is lef voor nodig. Niet alleen valt het huis niet tegen, via dit huis krijgen we inzicht in een van de mooiste vrouwelijke personages van het jaar. Een voormalig muziekjournaliste die ondanks alle tegenslagen haar vrouwtje kan staan, maar wat een zee aan kalmte is haar interieur.

 

 

En in het nieuwe jaar

 

En zoals ik bij 12 begon, eindig ik mijn top 10 ook niet bij 1. Want dit jaar zag ik op de valreep nog mijn mogelijke nummer 1 van 2018. Waar anderen uitkijken naar het jaarlijstje van Quentin Tarantino, wacht ik jaarlijks de lijstjes van twee helden af. De eerste is John Waters die met zijn eclectische smaak alle kanten op vliegt (mislukte cult films en mainstream hand in hand met algemeen geaccepteerde arthouse titels, en altijd met een meer dan eerlijke onderbouwing zoals in 2009 bij zijn keuze voor Lucretia Martels The Headless Woman: “Bleached hair, hit-and-run accidents, in-laws with hepatitis? Huh? I didn’t get it, but I sure did love it!”). De andere wiens jaarlijstje ik met spanning afwacht - daar is 'ie weer - is Pedro Almodóvar, de man die me met High Heels en Women on the Verge of a Nervous Breakdown de arthouse hoek insleurde en deed inzien dat kunst ook best humoristisch mag zijn. Toeval dat ze beiden gay zijn? Vast niet. 

Toen ik zag dat Almodóvars favoriet van dit jaar Call Me By Your Name is (bij ons ‘pas’ in release op 11 januari 2018), was ik nog blijer met m’n voorpremiere kaartjes op 22 december. Normaal zijn te hoge verwachtingen funest, maar in dit geval niet. Wat deze in de vroege eighties spelende film zo bijzonder maakt, is dat je je er als homoseksuele man totaal in herkend. Noem het een onvertogen gay gaze, in dit geval van openly gay regisseur Luca Guadagnino en scriptschrijver James Ivory - inderdaad, die van Howard’s End en Maurice. Anders dan in Brokeback Mountain en zelfs Moonlight staat niet de strijd van homoseksueel tegen milieu en achterstandswijk centraal. De strijd die hier gestreden wordt is nog ‘puurder’. Hoofdpersoon Elio’s ouders hebben een gay koppel als beste vrienden, acceptatie lijkt geen probleem. De strijd die hier gestreden wordt is die van ontluikende homoseksuelen in zowel liberale als fel veroordelende landen: de strijd tegen opbloeiende gevoelens in jezelf.

De eerste liefde waar je je zo tegen afzet maar via voorzichtige stoeipartijtjes toch aan over durft te geven, een lome zomer die uitnodigt tot seks maar waarbij er pas toenadering volgt op de momenten dat je ver uit elkaar staat, de meisjes waarvan je denkt iets mee te moeten hebben en die je dan met extra en onbeholpen moeite moet teleurstellen, de al oudere en half in het leven staande love object en als klap op de vuurpijl [spoiler die geen spoiler zou moeten zijn] de vaderlijke goedkeuring. Geen tierende vader en een toegefelijke moeder zoals in tal van films al eens te zien was, maar een patriarchale omhelzing in woorden waar je als jonge uit de kast komende homo zo naar verlangt. Tijdens die eerste stappen heb je immers het gevoel te falen in masculiniteit...

Als de jonge Timothée Chalamet met zijn veelal stille spel de hoofdrol niet had, dan was dit allemaal tevergeefs. O alsjeblieft laat geen uren in de make up doorgebrachte Gary Oldman als Churchill die beste acteur Oscar winnen, maar deze met letterlijk zijn hele lichaam acterende boy.

Liefde dus voor deze film, en ga erheen.

 

2016 Film Top 10

 

Het jaar was al turbulent genoeg, dit jaar dus geen voorwoord maar feiten. Cut to the chase already. Wat het net niet werd maar wel te goed was om niet te noemen, in willekeurige volgorde:

Bacalaureat, Toni Erdmann, High-Rise, Bang Gang, Tonio, La Fille Inconnue, Truman, Quand On a 17 Ans, The High Sun, Cemetery of Splendor

En wat het niet werd maar het zeker was geworden als het een Nederlandse release had gehad:

 

6A

 

Mijn echte beste film van het jaar kwam niet uit in Nederland, en zal met zijn moeilijke lengte van zestig en wat minuten (te lang voor tv, te kort voor bioscoop) sowieso nauwelijks te zien zijn. Het Zweedse 6A is simpel van opzet: in een klaslokaal volgen we het gesprek tussen drie herrieschoppende meisjes en een aantal ouders en leerkrachten. Film als gesprek met een heen-en-weer-filmende camera er bovenop. Het sociaal-maatschappelijke gekonkel is net zo hilarisch, slim als intrigerend. En boeit nog meer wanneer je na afloop te weten komt - spoiler die geen spoiler is - dat het allemaal in scène is gezet. Als een Ruben Östlund (mijn nummer 1 van vorig jaar) goes to school.

 

 

 

TOP 10...

 

 

11. The Origin of Trouble / Negen Twee

 

11? Ja, 11. Op 11 staan twee minder vaak geziene korte documentaires van twee net afgestudeerde makers. The Origin of Trouble van Tessa Louise Pope (Nederlandse Film en Televisie Academie) kan net zo goed uitgezonden worden door de VPRO als door Net5 (en dat is een compliment). Met een humorvolle blik gaat ze een persoonlijk vraagstuk te lijf: hoe goed kent ze haar vader? Komisch en ontroerend, en laat je achter met de hoop dat Tessa en haar fijne toon snel aan de bak kunnen voor een eigenzinnige tv reeks. The Origin of Trouble is al eens uitgezonden en dus - gelukje - hier helemaal terug te zien.

Lees hier mijn interview met Tessa Louise Pope.


Negen Twee van Merijn van den Brand (St. Joost) is een eveneens persoonlijke documentaire. Over het meest voorstelbare onderwerp dat je als afstuderende kunt hebben: de weg naar volwassenheid. Merijn bespreekt het met zijn vrienden die net zo hard worstelen met aflopende studiefinanciering, stabiliteit tegenover dromen en vooroordelen van anderen. Een intiem portret, versterkt door zijn eigen geschoten beelden die geen schoonheid maar eerlijkheid nastreven.

Lees hier mijn dubbelinterview met Merijn van den Brand en Cassandra Offenberg.

Nummer 11 dus, bij wijze van hoop voor de toekomst.

 

 

10. L'Avenir

 

Het tweede jaar op rij met een film van Maria Hanson-Løve in m'n top 10. Met Isabelle Huppert als lerares die niet verder van haar veel geroemde vertolking in Elle af kan staan. Des te meer terechte momentum voor haar.
L'Avenir lijkt in eerste instantie te gaan over een vrouw die verlaten wordt, maar is uiteindelijk een lofzang op het opnieuw inrichten van een leven en het vallen en opstaan dat daarmee gepaard gaat. Precies dat is er zo mooi aan. Een film die geen grote stappen neemt maar vertwijfeling laat zien. Organisch voortbewegend en af en toe een stap terug. Ongemerkt verstrijken jaren, op weg naar een moment waarop je opeens merkt gelukkig te zijn. Komt wel goed met die vrouw.

 

 

9. Love & Friendship

 

Nooit eerder bij stilgestaan maar een van de meest logische combinaties: Whit Stillman, Amerikaanse maker van komisch snedige dialoogfilms met elitair randje, verfilmt Jane Austin. En hoewel zijn eigen settings al leuk waren, valt door zijn tijdreis naar eind achttiende eeuws Engeland opeens alles op zijn plek. Inclusief hoofdrolspeelster Kate Beckinsale die na tig Underworld films eindelijk kan laten zien voor welke rol ze geboren is.

 

 

8. Elle

 

Kijkt als een luxueus aangeklede soap met scandaleuze inhoud en Franse allure. Soms over the top en te veel/ not done, maar hey dat zijn soaps. Fijn als Paul Verhoeven ophield met sci fi en historisch en voortaan in de tegenwoordige tijd zou blijven. Nu is al juicy genoeg. Verder, het schemerde al door: team Huppert voor Oscarwinst.

 

 

7. The Here After

 

Een psychologische studie, een coming of age zonder glorende hoop, maar ook landelijkheid en dorpsleven. Welke misdaad de achttienjarige John heeft begaan wordt al snel duidelijk, toch blijft over de debuutfilm van Magnus von Horn een rust liggen die steeds meer achterdochtig maakt. Twee sterkste troeven: 1. de hoofdrol van de jonge Zweedse zanger Ulrik Munther, met een perfect emotieloos maar toch op ontploffen staand gezicht. 2. Het camerawerk van Lukasz Zal (twee jaar geleden nog voor een Oscar genomineerd voor Ida) dat op eenzelfde manier het landschap schuldig en onschuldig maakt.

 

 

6. Anomalisa

 

Een midlife crisis in stop-motion animatie. Regisseur en scriptschrijver Charlie Kaufman laat zien dat dit dé vorm is voor een state of being waarin alles eng inwisselbaar is: iedereen klinkt hetzelfde, ziet er hetzelfde uit en gezichten zijn zichtbare maskers. Zijn universum aan poppetjes staat invoelbaarheid bij een volwassenen crisis niet in de weg maar brengt het juist tastbaar dichtbij.

 

 

5. Neon Bull

 

Iremar is een stierenhouder die graag vrouwenkleren maakt en Galega een sexy danseres die als paard optreedt. Klinkt als de omschrijving van een wat sensatiezoekende documentaire, maar niets van dat al. Dit plotloze drama trekt samen met deze twee en een aantal anderen door de Braziliaanse binnenlanden. Met zijn uit-het-leven-gegrepen-aanpak zweeft het aangenaam tussen "waar gaat het over" en zich ontvouwen as it goes, ondertussen vindt de cinematografie magie in droge middle of nowhere locaties. Een liefdevol portret van het leven on the road.

 

 

4. Strike a Pose

 

De bijfiguren van de ene film als hoofdpersonen van de ander. Dat alleen al is leuk aan deze Madonnadocumentaire zonder Madonna. Bronmateriaal is de documentaire Truth or Dare waarvan ik zelf misschien maar een paar fragmenten zag (m'n zus was de Madonna fan). Wat ik van haar dansers - die hier centraal staan - vond, weet ik dus niet meer. Ik kan me in ieder geval voorstellen dat ik ze eng zelfzeker vond. Maar met dank aan Strike a Pose en een bezoek aan deze mannen zo'n 25 jaar later hou ik nu van ze, want achteraf blijkt altijd alles maar een grote façade. Strike a Pose.

 

 

3. The Red Turtle

 

Waar Disney vol zou inzetten met The Circle of Life, houdt regisseur Michael Dudok de Wit het in zijn eerste lange animatiefilm stil. Terwijl de waarheden zich opstapelen valt er geen onvertogen woord, geen enkel woord. Alle ruimte voor een losbarstende symfonie aan gedachten en gevoelens in je hoofd.

 

 

2. La La Land

 

Ik zag La La Land begin oktober, ruim twee maanden voor uitbreng. En net zoals ik voor oktober herhaaldelijk de trailer keek, in afwachting, zo keek ik die ook nadat ik de film zag en wachtte op de release. Zo kon ik tot die tijd weer even in m'n nieuwe favoriete land zijn. Een stijlvolle, weemoedige kruising tussen Les Parapluies de Cherbourg en Eternal Sunshine of the Spotless Mind. Even voor de duidelijkheid: verder ben ik verre van een musical fan (dat wil zeggen: dahag Chicago, dahag Mamma Mia).

Lees hier mijn hele recensie.

 

1. Heart of a Dog

 

Mijn 1 en 2 zijn redelijk inwisselbaar qua ranking maar op veel andere vlakken tegenpolen. Wat er vandaag op 1 staat? Een zorgvuldig geconstrueerde stream of consciousness van performance kunstenares, muzikante en nu dus ook regisseur Lauri Anderson. In haar egodocument valt de blik van haar hond Lolabelle samen met 9/11 én rouwt ze om diezelfde hond en haar geliefde, Lou Reed. Waarom zo goed? Omdat ze niet zozeer bezig lijkt met het maken van een film of documentaire, maar haar echt iets van het hart moet. Een vriendin waar je graag naar luistert. Weidt nog maar even uit.

 

 

 

Berlinale 2016

 

“I don’t know how to do this.”

             ~ Meryl Streep, 11 februari 2016, persconferentie, Berlijn
 

 

Als er íets was dat ik me bij elke competitiefilm van de Berlinale afvroeg, dan was het wat Meryl Streep er van vond. Niet om het even, Streep was dit jaar de jury-voorzitter van de hoofdcompetitie. Maar sowieso interessant om bij stil te staan: hoe zou Meryl Streep over iets denken. Zou ze een verse kijk hebben, of te vastgeroest zijn in de wereld van Amerikaanse studiofilms, ook al denkt ze zelf van niet (“o maar haar man is beeldhouwer/kunstenaar, dus er is hoop”, dacht ik nog, alsof ze met zo’n man in huis wel ontvankelijk moet zijn voor weirde dingen)? Zou ze gapend en met haar ogen rollend het acht uur durende Filippijnse A Lullaby to the Sorrowful Mystery hebben uitgezeten? Zou ze de cryptisch poëtische Chinese film Crosscurrents wél begrepen hebben? Wou ze de, overigens prima, Deense actrice Trine Dyrholm (bij ons vooral bekend als oudste zus Gro uit de serie The Legacy) voor haar rol in Kollektivet bekronen omdat ze haar eigen soort performance er in herkende?
Vragen, vragen.
 
Over de films zodadelijk meer, maar voor mij ging de Berlinale net zo goed over filmtheaters. U-bahn in, S-bahn uit. Via Friedrichstraße naar Bahnhof Zoo, van Potsdamer Platz naar Karl-Marx-Allee. Het is niet alleen een ontdekkingstocht door films maar ook een ontdekkingstocht door de stad. Al die gebouwen die, na je jaren af te hebben gevraagd hoe ze van binnen zouden zijn, opeens een thuis worden. Welke waren uiteindelijk het fijnst of indrukwekkendst. Vandaar om te beginnen, een top drie filmtheaters.

 

1. Kino International

 

Op één met stip, al was het alleen al omdat ik er jaren langskwam maar er nooit in was geweest: de communistische gloriebouw van Kino International. Van buiten een zwevend betonnen blok, van binnen een combinatie van onafgewerkte soos (beneden), afbladerend bruingrijze verf en zeil (op de trap) en rood tapijt, kroonluchters en designer stoelen (eerste verdieping). Niet eens retro maar waarschijnlijk altijd zo gebleven sinds de bouwtijd in de sixties. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de filmzaal zelf: een muur van om en om onderbroken stroken hout, een wit golvend plafond en een donkerblauw gordijn dat openschuift waardoor een tweede goudkleurig gordijn zichtbaar wordt. Felle elementen die om je aandacht vechten en uiteindelijk maar één worden. Verder het soort plek waar Fritz-Kola en Bionade bovenaan de drankkaart prijken en tot m'n toeristische geluk iemand naast me kwam zitten die een pretzel at.
N.B. Zorg wel dat je hier op tijd bent om alles in je op te nemen, de zaal kan anders zo veel aandacht opeisen dat het afleidt van de film.

 

2. Zoo Palast

 

Het (ogenschijnlijke) westelijke zusje van Kino International. Evengoed beton, minder spectaculair dan zuslief want gewoon een blok. Ok met rondingen dan. Van binnen is Zoo Palast niet blijven steken in futuristisch sixties, maar in seventies bordering eighties. En dat terwijl het gebouw uit de fifties stamt, wellicht dat latere renovaties daar hun hand in hebben gehad. Als je naar achter gaat zitten, bewegen de beige leren stoelen galant mee en zeggen “doe maar even languit.” Dat is slapen gegarandeerd als je toch al moe bent, maar dan wel in een - ondanks zijn grootte - best knuffelbare slaapkamer.

 

3. Filmtheater am Friedrichshain

 

De Berlinale kent heel wat gebouwen die Palast (paleis) heten. Friedrichstadt-Palast, Berlinale Palast, Zoo Palast. Allemaal op naam ingekochte grandeur. Filmtheater am Friedrichshain is een paleisje op zichzelf, gelegen naast het Volkspark Friedrichshain. Toegegeven, de zaal (het heeft er overigens 5) is niet super bijzonder, maar het witte neoclassistische gebouw an sich zou in een meer bosrijke omgeving iets hebben van een groot uitgevallen zomerhuis. Doordat het net iets hoger is gelegen dan straatniveau, moet je een stenen trap op richting opening. Wat glamour for the people. Dat maakt het allemaal iets meer ervaring.


 
Eervolle vermelding is er voor Das Haus der Berliner Festspiele, een van de locaties die de rest van het jaar gewoon theater zijn. Niet zozeer eervol vermeld om het ook al zo gedateerde interieur of het gebouw, dat me bij daglicht vast beter was opgevallen als een Neue Nationalgalerie-achtige glazendoos, maar om het zijn van een aangenaam geheim. Als je ’s avonds de richtingsbordjes volgt en de hoek om loopt bij de Universität der Kunsten (“hoezo moet ik die onverlichte total blackness tegemoet lopen?”), gebruikt het Haus der Festspiele je argwaan in zijn voordeel. When you least expect it doemt daar plots een romantische lampjesparade op. Een verfrissend stukje Efteling waar je het net niet had verwacht. Kerst in cultuurland.
 
 
Voor zover, de filmtheaters, de zalen, de introductie. En dan nu, gordijn open...
 

De Films
  

 

Eerst het slechte nieuws, in de vorm van één titel. Eentje maar, want dan wordt dit niet al te zwartgallig. Niet eens per se de slechtste of de saaiste, wel de meest tegenvallende. En ja hoe oneerlijk ook, een tegenvaller heeft alles te maken met verwachtingen. Thomas Vinterbergs deels op zijn eigen jeugd gebaseerde Kollektivet, over een woongroep in de jaren zeventig, heeft vooral last van dé Scandinavische connotatie bij films over woongroepen en communes, de onovertroffen Zweedse liefdesbrief annex satire Tillsammans (Together) van Lukas Moodysson. Een oneerlijke vergelijking, maar daar wordt het door Vinterberg ook wel naar gemaakt. Aanvankelijk houdt hij namelijk eenzelfde soort toon aan en speelt hij vooral in op de lach, maar anders dan bij Tillsammans wordt het nergens echt bijtend. Tegen de tijd dat het uiteindelijk verzand is in slepend melodrama, weet je niet meer of je toch liever die flauwe lach had. In zijn kritiek óp of keerzijde ván de vrije moraal, mist het immers eveneens echte scherpte of verrassing. Na Jagten deed een Deense film van Vinterberg op meer hopen.


Slechte nieuws gehad, tijd voor het goede nieuws. Mijn top vijf. In tegenstelling tot bij de filmtheaters tel ik deze wel af. Want sja, dat doe ik met films.


5. Aloys


Het absurde Zwitserse Aloys beweegt van zwarte komedie naar paranoia. Met een vormgeving die het midden houdt tussen (Aki) Kaurismäki, van Warmerdam en Mike Mills. Alleenstaande veertiger Aloys Adorn, is nogal een loner. Als we ‘m op zijn woord moeten geloven dan is hij van beroep detective. In zijn troosteloze flatje bekijkt hij de hele dag dv bandjes, terugspoelend, vertragend, van opnamen die hij zelf gemaakt heeft. Wanneer zijn dv camera en een aantal bandjes worden gestolen, begint hij telefoontjes te krijgen van een alwetende vrouw. En met dat ongevraagd en ongewild binnenlaten van de ander in zijn leven, begint de film aangenaam te ontsporen. De buitenwereld komt binnenskamers, de binnenwereld verplaatst zich naar een bank in het bos.

 

4. A Dragon Arrives!

 

Een half te volgen script gebaseerd op een al dan niet waargebeurd verhaal, met onscreen uitleg van de regisseur. Over geheime politie, een enorm schip in de woestijn, een verdwenen geluidsman die alle stiltes van de wereld kon herkennen en een blitse oranje old timer. Is het avontuur, is het horror, is het een beetje van de pot gerukt of een verkapt politiek pamflet? Niet het meest helder, maar wel zo fijn om eens een sexy gestileerde en knallende film uit Iran te zien. Met aantrekkelijke hoofdrolspelers en een opzwepende soundtrack die Mad Max: Fury Road naar de kroon steekt. Harder! Harder!

 

3. Little Men / Young Wrestlers

 

Na Love is Strange zet Ira Sachs z'n lijn voort. 'Klein'-menselijke problemen in grootstedelijke (in dit geval Brooklyn) setting. De titel duidt zowel op de twee jonge vrienden Tony en Jake als op hun ouders, het soebakken van de kleine man. Hoe de conflicten van volwassenen onbedoeld groot worden in de levens van kinderen. Maar dan niet zo zwaar als dat klinkt. Daardoor kan dit te gemakkelijk worden weggezet als een aardig zondagmiddagfilmpje (ten positieve: kijk ‘m vooral op zondagmiddag!), terwijl Sachs juist opnieuw laat zien hoe goed hij is in dit soort licht drama en sfeertekening op de millimeter.
Met name de jonge Michael Barbieri (hier in zijn eerste filmrol) bewijst met een improvisatiescène tijdens een toneelklas waarom hij vanaf nu veel vaker op een groot scherm te zien moet zijn.


Een leuke double bill suggestie, eveneens uit het Generation programma voor jongeren: van Brooklyn naar het Turkse Amasya, al zou ik bij daadwerkelijke vertoning de volgorde omdraaien (Amasya --> Brooklyn). Het Nederlands Turkse Young Wrestlers, met een productiecredit voor m’n home girl S. Gertsik, is een liefdevolle documentaire over de jongens op een internaat voor worsteltalenten. Over opvoeden, doorzetten en – zonder er al te expliciet in te worden - nostalgisch terugblikken terwijl je jeugd nog bezig is. Met net genoeg verhaalelementjes om ook een breder publiek aan te spreken.

 
 
2. Théo et Hugo dans le même bateau

 

Niet vlekkeloos. Af en toe haperend acteerwerk van de hoofdrolspelers en geforceerde actie voor een mooi muzikaal intermezzo. Toch charmeert deze zero positieve gay Before Sunrise met gravitas light.
De opening is een uitgebreide, redelijk expliciete scène in een sexclub waarmee regisseurs Olivier Ducastel en Jacques Martineau (je zou een hippe jonge regisseur verwachten, maar het is dit duo krasse vijftigers) tussen alle erecties door meteen vakmanschap tonen. Vanaf daar ontpopt het zich in quasi real-time tot een nachtelijke zwerftocht door Parijs. En zoals Night on Earth weet, dan heb je me grotendeels al. Innemend en op zijn eigen maniertje romantisch.

 

1. 6A

 

In de beste traditie van Ruben Östlund, zo pijnlijk herkenbaar dat het grappig wordt, komt de eveneens Zweedse Peter Modestij met 6A. Een observatie van sociale mechanismen met één van de daarvoor meest dankbare uitgangspunten: een ouderbijeenkomst, in 61 minuten. Een aantal ouders, een lerares én drie meisjes die samen het probleemgeval van de klas zijn, gaan in een kamer het gesprek met elkaar aan. Een soort polder model in actie.

Het volle uur twijfelde ik geen moment aan de integriteit van deze documentaire. Totdat het achteraf helemaal geen documentaire bleek te zijn. Acteurs kregen van tevoren elk een ander achtergrondverhaal over de gebeurtenissen en de zwenkende camera (“wie is er aan het woord?”) deed de rest. Des te meer lof voor script en improvisaties. Echter dan echt, deze nagebootste real-time authenticiteit.

 

 

Foto's Potsdamer Platz, Kino International, Zoo Palast: Alexander Zwart; foto Filmtheater am Friedrichshain: Katja Bechmann.

2015 Film Top 10

 

30 december 2015. Nu het 90% zeker is dat ik dit jaar geen films meer ga zien van het afgelopen jaar, durf ik het aan. Mijn lijstje beste films van 2015.

Ik hou zelf heel erg van lijstjes, maar scan dan meestal meteen de titels. Ik ga dus niet te veel voorwoord doen, maar meteen beginnen. Al speel ik wel een beetje vals, want ik begin met wat het net niet haalde. De runners-up. In sommige gevallen met eeuwige twijfel of ze niet in mijn top 10 moesten staan, maar ja ten koste van wat? Here goes dus, in willekeurige volgorde (want ik blijf niet bezig):

Phoenix, Mustang, Frank, El Club, Citizenfour, The Lobster (met zonder twijfel de beste poster van dit jaar), Bridge of Spies, 45 Years, Prins, Ich Seh, Ich Seh, A Family Affair, Amy, La Loi du Marché.

 
En dan nu...

 

11. De Onbekende Soldaten

 

Een top 10 met 11? Ja, ik maak er een elftal van. En nee, de onbekende soldaten is niet de titel van een film. Wat wel? Zoek de overeenkomsten:
 
1.     Angely Revolyutsii (Angel of Revolution)

Het waargebeurde verhaal van 5 kunstenaars die in 1934, vanuit de overheid, de Russische avant-gardekunst aan de man moeten brengen in het noorden van de Sovjet-Unie. Pareltje vol visuele vondsten, met onverwachte Wes Anderson echo’s. Of echode Anderson al die tijd Russische avant-garde?

 

2.     London Road
 
Een musical over een Engelse volksstraat in de nasleep van een aantal prostitueemoorden. Gebaseerd op ware feiten rond London Road (Ipswich), 2006. Sterker nog, gebruikmakend van de exacte bewoordingen van de bewoners. Kitchen sink realism met catchy deuntjes, de altijd geweldige Olivia Colman en een twee minuten rol van Tom Hardy.

 

3.     Il Racconto dei Racconti (Tale of Tales)
 
Een voor een Gouden Palm genomineerde sprookjesvertelling van Matteo Garrone (Gomorra). Losjes geïnspireerd op de verhalen van de Middeleeuwse schrijver Giambattista Basile. In de collectie absurde, in elkaar overlopende verhalen eet een koningin het hart van een zeemonster om zwanger te worden en houdt een koning stiekem een vlo, het beest voerend tot het gigantische proporties aanneemt. Even wennen voor een fantasy- en Middeleeuwenhater als ik, maar al snel universeler dan de kostuums doen vermoeden.
 


Drie films die weinig belletjes zullen doen rinkelen. Simpelweg omdat ze niet in Nederland zijn uitgebracht. En dat is eeuwig zonde, want er was genoeg meuk die we niet hoefden te zien en die wel uitkwam. Op 11 daarom deze drie films, symbool voor al die titels die ons zijn ontvallen (nooit bereikten).

 

10. Love is Strange

 

Een van de mooiste eindscènes van het jaar. Huilen in het trappenhuis terwijl op de achtergrond een auto voorbij rijdt. Net zo emotioneel als terloops. Tekenend voor een film die van alles zegt en de cirkel rondmaakt in een ogenschijnlijk onopvallende beweging/omtrekking. Het duurde dan ook een jaar terugblikken om die enorme subtiliteit op waarde te schatten. En niet dat ik er fundamentalistisch in ben, maar wat fijn dat homoseksualiteit eens geen zorgenkindje is maar gewoon volwassen.
 
Lees hier mijn volledige recensie.

 

9. Realité

 

Quentin Dupieux, de muziekproducent en regisseur die ons Mr. Oizo en de film Rubber (over een wraakzuchtige rubberband) bracht, strikes again. Dit keer combineert hij het mystieke van David Lynch met de ongemakkelijkheid van Todd Solondz. Grappig en schurend omdat het klopt binnen zijn eigen, onnavolgbare logica. Droom, 'werkelijkheid' en film lopen door elkaar. Zo vindt een meisje een blauwe videoband in de ingewanden van een everzwijn en is een cameraman op zoek naar de perfecte gil om de financiering van zijn film rond te krijgen. Dacht je dat Inception veel droomlevels had, think again.

 

8. Son of Saul

 

Moeilijk geval want misschien wel de beste film van het jaar, en door zijn beladen concentratiekamp-onderwerp komt alles behalve een nummer 1 plek oneerbiedig over. Maar zoals Vera Mann al eens zong (nou sort of dan): "mijn lijstje is van mij. Het van sentimenten gespeende Son of Saul confronteert met totale uitzichtloosheid en is daarin volkomen onontkoombaar. Of zoals Bert Wagendorp schreef: “Ik keek tamelijk onaangedaan naar Son of Saul en ik voelde me daar schuldig over.” Naast de vakkundigheid van debuterend regisseur László Nemes, ligt alles besloten in het gezicht van de dicht op de huid gefilmde hoofdrolspeler Géza Röhrig.

 

7. Foxcatcher

 

In een film durende slow motion beweging smijt Bennett Miller the American Dream aan diggelen. Spanning opgebouwd uit stiltes en kaders die net iets te ruim om de personages vallen. Met vertolkingen die verrassend en vanzelfsprekend tegelijk zijn: Steve Carell is als zelf ingekochte worsteltrainer verre van grappig en Channing Tatum zet zijn lichaam dit keer niet in om toegejuicht te worden, maar om er mooi tragisch in te zijn.

 

6. Eden

 

Maria Hansen-Løve’s (ook bekend van het weemoedige Un Amour de Jeunesse) nieuwe film gaat over de opkomst van de Franse electro, maar is kalmer dan het onderwerp doet vermoeden. In de twee decennia die het beslaat wordt iedereen ongemerkt ouder. De tijd verglijdt en voor je het weet moeten dingen niet eens meer beginnen, maar zijn ze al voorbij. Een film waarin de nostalgie van de kijker (want beginnend in de jaren negentig) langzaamaan wordt verdrongen door melancholie. Subtiel afgezet tegen het succes van Daft Punk.

 

5. Carol

 

Het kostte me twee keer kijken om van Carol te houden. Een keer waarin alles me te traag was maar die me blijkbaar voorbereidde op keer twee, een andere voorvertoning een paar weken later. Na al mijn verzet was er opeens een vloeiende film, organisch voortbewegend, die ook nog eens voorzag in mijn behoefte aan sneeuw in films (waarvoor dit jaar ook dank aan End of The Tour). Naast de gevoelige vertolkingen van Cate Blanchett en Rooney Mara een liefdesgeschiedenis in jurken, gebouwen, straten en oprijlanen.
 
Lees hier mijn volledige recensie.

 

4. Kurt Cobain: Montage of Heck

 

De ultieme Kurt Cobain documentaire. Hoe de combinatie archiefmateriaal, interviews, home video's en animatie geen allegaartje oplevert, maar juist versterkend werkt tijdens een trip down memory lane. Naar uithoeken die je nog niet kende, beelden die je nog niet zag, fragmenten die je nog niet hoorde. Zowel een rerun ván als een verlate aanvulling óp het tienerleven in de vroege nineties. Tijdens het kijken begin je tegen beter weten in zelfs te hopen, laat het deze keer wel goed met hem aflopen.

 

3. Le Meraviglie

 

Op papier een landerige film over een gezin van bijenhouders op het Italiaanse platteland, maar Le Meraviglie (de wonderen) doet z'n naam eer aan. Met een zweverig ritme en minimale middelen houdt het de aandacht vast. Realisme met een Felliniaanse touch in de persoon van Monica Belluci als tv presentatrice annex droombeeld annex diva. Klinkt als een groot contrast, maar voelt hier gewoon op zijn plaats. Een wondertje.

 

2. Taxi Teheran

 

Verbeelding als antidote voor censuur. Zonder enige wrok neemt regisseur Jafar Panahi (sinds 2010 veroordeeld tot zes jaar huisarrest en twintig jaar beroepsverbod vanwege een te realistische weergave van Iran) onder de loep wat werkelijkheid op film dan is. Een vrolijke, hoopvolle en speelse film die stiekem werd gemaakt. Rijdend door Teheran als een mini Odyssee zonder bestemming. Zo moet je dus omgaan met tegenslag.
 
Lees hier mijn volledige recensie.

 

1. Turist

 

De beste film van het jaar kwam vroeg. Het hele jaar door dacht ik telkens weer: er komt er een, waar ik mijn hart aan geef. Er kwamen er meerdere (zie de titels hierboven), maar niks stootte de 1 van 1. Ruben Östlund (Involuntary, Play) stond al bekend om zijn sociologische observaties, constant schipperend tussen humor, plaatsvervangende schaamte en gewoonweg tandenknarsend pijnlijk, maar deze keer is hij nog microscopisch preciezer. Met een grotendeels witte achtergrond (meer sneeuw!) waartegen alles nog beter aftekent. De ontmaskering van de mannelijkheid en hoe dat weg te lachen. Zonde dat dat bij ons een toerist heet en niet, zoals de internationale titel, Force Majeur.
 
Lees hier mijn volledige recensie.


Bookshelfporn

 

Door boekwinkels en langs boekenkasten lopen is eigenlijk nog beter dan lezen. Als ik me vroeger verveelde, vluchtte ik naar de bibliotheek. Urenlang trok ik boeken uit kasten om alleen de indexkaartjes met plotomschrijving voorin te lezen. Resultaat: een heleboel parate kennis over boektitels en schrijvers + een “goh, die heeft veel gelezen”-aura.
Tegenwoordig is het met films niet veel anders. Sinds ik ontdekt heb dat ik op Netflix een lijst met to see-films kan aanmaken, baan ik me al klikkend een weg door de suggesties onder elke titel, waardoor ik weer stuit op nieuwe suggesties bij de volgende titel. En zo voeg ik urenlang titels toe aan een alsmaar groeiende lijst. Daadwerkelijk kijken raakt ondergeschikt. Zoeken is leuker dan vinden. Noem het leergierig en het staat interessant, noem het consumptiedrang en het krijgt iets tragisch.

Via bookshelfporn.com ontdekte ik dat kijken naar boekenkasten, zonder te kunnen ontdekken welke titels er in staan, minstens zo leuk is. Als het er maar veel zijn. Het gaat dus eigenlijk alleen maar om het kunnen browsen. Of het nou boeken betreft, of foto’s van kasten vol boeken. Foto’s van bibliotheken met rijen vol boeken. Lijstjes met boeken die je moet lezen, maar vervolgens toch niet gaat lezen (het lijstje lezen is al genoeg). Bookshelfporn is een fijne meta-site waarop je lekker fetisjistisch kunt scrollen zonder iets te hoeven op- of openslaan.